Vraag hier uw product-monster aan

Brandveilige houtskeletbouw: James Hardie test mogelijke combinaties voor Nederlandse markt

Brandveilige houtskeletbouw: James Hardie test mogelijke combinaties voor Nederlandse markt

5/01/2026
Leestijd: 6 minuten

Tot voor kort werden houten wanden in de meeste bouwwerken gebruikt voor niet-dragende binnenwanden. Voor dragende structuren, dus muren, vloeren of kolommen die het gewicht van het gebouw dragen, was metaal of beton jarenlang de standaard. Die materialen zijn minder brandbaar dan hout, en daarom past de regelgeving daar bij. 

Maar de bouw verandert: hout wordt steeds vaker gekozen als dragende constructie via houtskeletbouw. Bij (prefab) houtskeletbouw ligt de ruwbouw vaak in enkele dagen klaar. Hout is duurzaam, hernieuwbaar en heeft goede isolerende eigenschappen. 

 

(Prefab) houtskeletbouw brengt echter een uitdaging met zich mee: hout is brandbaar. Het is dus niet zomaar mogelijk om een houten draagconstructie te plaatsen zonder een wandsysteem of constructie die voldoet aan dezelfde brandeisen die gelden voor beton of metaal. Simpel gezegd: de brandveiligheidseisen blijven, ook als je het constructiemateriaal verandert. 

(Bron: livios.be/nl/artikel/59115/hoe-brandveilig-is-houtskeletbouw-nu-echt/) 

Barli-WSN-WbJ-20240903-IMG_2066.jpg

 

Brandwerendheid vs. brandklasse 

Brandwerendheid en brandklasse: termen die je waarschijnlijk regelmatig tegenkomt, maar waarvan niet altijd duidelijk is waar ze precies voor staan. Wat betekenen deze begrippen, en hoe verschillen ze van elkaar? 

  • De brandklasse classificeert hoe een materiaal op brand reageert. In Europa wordt dit volgens de norm NEN‑EN 13501-1 bepaald. Materialen krijgen een classificatie van A1 tot en met F. Klasse A1 en A2 zijn beide onbrandbaar, B = zeer moeilijk brandbaar, en zo verder. Naast de brandklasse, worden materialen ook beoordeeld op rookontwikkeling (s-klassen: s0 - geen rook, s1 - gering, etc.) en druppelvorming (d-klassen: d0 - geen druppels, d1 - geen druppels langer dan 10 sec, etc.). Materialen met Euroklasse A1 hebben per definitie geen rook- en druppelvorming (A1-s0,d0). 
    (bron: bouwencyclopedie.nl/term/definition/Brandklasse) 

  • Brandwerendheid zegt iets over hoe lang (in minuten) een constructie, bij brand, zijn functie kan behouden. Het gaat hierbij om: 

  1. Stabiliteit (R) - dragend vermogen 

  2. Vlamdichtheid (E) - voorkomen dat vlammen of gassen doordringen 

  3. Thermische isolatie (I) -  temperatuur remming naar achterliggende constructies 
    (Bron: houtbouwnetwerk.nl/brandklasse-eisen-van-gebouwen-en-hun-relatie-tot-houtbouw/) 

Met andere woorden: brandklasse gaat over het materiaal zelf, brandwerendheid over het samengestelde systeem of constructie. 

 

In Nederland geldt meestal dat alle bouwmaterialen minimaal moeten voldoen aan brandklasse B. 

 

Slim inspelen op brandveiligheid met de juiste afwerking 

Hout is brandbaarder dan traditionele materialen voor dragende constructies, maar kan wél brandveilig worden toegepast. De brandveiligheid van houtskeletbouw kan worden verhoogd door de afwerking en wandsystemen. De keuze van afbouwmateriaal speelt daarbij een belangrijke rol. 

(Bron: livios.be/nl/artikel/59115/hoe-brandveilig-is-houtskeletbouw-nu-echt/) 

 
SBI testen: fermacell® gipsvezelproducten en Hardie® vezelcementproducten in combinatie met een houten draagconstructie  
Het klinkt logisch: door een materiaal met een lage brandklasse (hout) te combineren met een materiaal met een hoge brandklasse, vergroot je de kans dat een wand of plafond voldoet aan de vereiste brandwerendheid. Maar zo simpel is het niet: de brandklasse- of brandwerendheidseis van een product staat nooit los van de wandconstructie. 

Brandtesten-1.png
 

De volledige constructie (houten frame, isolatie, beplating, binnen- en/of buitenafwerking) moet samen getest worden om te voldoen. Een goedgekeurd materiaal is dus niet automatisch voldoende als de rest van de constructie niet correct is opgebouwd. 

 

In landen als Duitsland wordt al langer gebouwd met houtskeletbouw. James Hardie is een pan-europees opererend bedrijf en vestigingen in andere landen kunnen daarom putten uit die kennis. Maar in Nederland gelden andere regelgeving, normen en bouwgewoonten. Huidige toepassingen kunnen dus niet simpelweg één-op-één worden overgenomen. 
 
Daarom onderzoekt James Hardie Netherlands B.V. momenteel, via SBI-testen, of en op welke wijze constructies met materialen in een lagere brandklasse (zoals hout) kunnen worden gecombineerd met onbrandbare of moeilijk brandbare materialen (zoals fermacell® Gipsvezelplaten en Hardie® vezelcement producten) zodat de volledige constructie niet alleen voldoet aan de in Nederland vereiste minimale brandklasse B en brandwerendheid, maar ook aansluit bij de Nederlandse bouwmethoden en toepassingen. 

Brandtesten-5.png

Meer weten over brandveilig afbouwen met fermacell® Gipsvezelplaten en Hardie® vezelcement producten of benieuwd naar de mogelijkheden voor jouw project? Neem contact met ons op! 

Bekijk hieronder de video over onze brandtesten bij laboratorium voor brandveiligheid Peutz in Haps.

×